TOP
versnellingen gebruiken op fiets

Beter schakelen op de fiets: drie tips


Versnel je fietsrit, vertraag je slijtage. Dat is de boodschap die je moet onthouden wanneer je wilt beter schakelen op de fiets. Maar hoe doe je dat precies? Met welke tips moet je zoal rekening houden om je snelheid te vergroten met het magische vingergeknip aan je stuur? En wat vermijd je best wanneer je schakelt?

1. Ken je fiets, en jouw fietssituatie

Onder welke omstandigheden rij je met de fiets? Ben je een professionele of semi-professionele atleet? Fiets je dagelijks van en naar het werk? Of beperk je je tot een heerlijk fietstochtje op zondag? Afhankelijk van je antwoord op die vragen, bepaal je jouw manier van schakelen.

Een belangrijk detail daarbij is de speed van je fiets. Niet de snelheid die je haalt, maar wel het aantal versnellingen. Die speed kun je heel simpel uitrekenen: je vermenigvuldigt het aantal bladen op je voorderailleur met het aantal tandwielen op je achterderailleur.

Waarom moet je dat weten, vraag je je af? Wanneer je een nieuwe fiets zoekt, is een goede keuze in die speed cruciaal: voor derailleurs bij stadsfietsen of plooifietsen ligt dat cijfer vaak lager, terwijl je voor een professionele racefiets baat hebt bij een uitgebreidere versnellingsset.

beter schakelen op de fiets

2. Anticipeer je parcours

Of je nu professioneel fietst, pendelt of puur recreatief trapt, een aantal regels kun je altijd implementeren om jouw schakelervaring te verbeteren. Afhankelijk van je parcours, krijg je te maken met een drietal situaties. Die zogenaamde regels kun je strikter of losser volgen, afhankelijk van de fietssituatie die je in het vorige puntje bepaalde:

  • Een lage versnelling is ideaal voor hellingen. Belangrijk is dat je voor je helling afschakelt, op die manier kun je vlotjes en met een rustig traptempo je berg bestijgen.
  • Een hoge versnelling gebruik je dan weer voor sprints en afdalingen. Ook hier geldt hetzelfde: het is veel gezonder voor jou en je fiets wanneer je dat geleidelijk doet.
  • De versnellingen daartussen zijn het vaakst het terrein van de fietspendelaars of zij die gewoon vlotjes over een vlak of zacht glooiend terrein rijden. Hier heb je relatief weinig plotse veranderingen.

3. Vermijd slecht schakelen op de fiets

Ja, er bestaat zoiets als slecht schakelen. Een degelijke fiets kan wel tegen een stootje. Schokken, regen of vuil: je fiets kan heel wat verdragen. Maar wanneer je verkeerd schakelt, kan onzichtbare schade zich op termijn opstapelen en je ketting, tandwielen en derailleurs in het algemeen flink beschadigen. Reden te meer dus om toch een paar foutjes te vermijden.

Als je een ding wil onthouden uit dit artikel, dan is het dit: kruis nooit. In de ideale wereld combineer je altijd een lage versnelling op je achterderailleur met een lage versnelling achteraan. In de realiteit is het vaak anders: soms gebruik je een hoge voorversnelling met een lage achterversnelling. Resultaat: je ketting staat als het ware scheef gespannen. Dat heet kruisen. En zo verslijt je ketting veel sneller.

Fietsen is een langetermijndoel. Of je nu dagelijks pendelt, intensief traint of gewoon zondagse plezierritjes maakt. De bedoeling is dat je kunt blijven genieten, zonder al te veel spierpijn of blessures. Daarom is het belangrijk dat leert beter schakelen op de fiets. Zo belast je je trapvermogen én je ketting niet onnodig. Want dat maakt uiteindelijk het verschil.